Actueel De natuur


"De natuur is in essentie de belichaming van Mijn Naam, de Maker, de Schepper. Wat zichtbaar is loopt om verschillende redenen uiteen en in deze verscheidenheid bevinden zich tekenen voor mensen met inzicht. De natuur is Gods wil en daarvan de uitdrukking in en door de vergankelijke wereld. Ze is een beschikking van de Voorzienigheid die is verordend door de Bestierder, de Alwijze." (Bahá'í geschriften).

Met deze woorden schetst Bahá'u'lláh, de Profeet-Stichter van het bahá'í-geloof de wezenlijke relatie tussen de mens en het milieu: het grootse en de verscheidenheid van de natuur en zijn doel bewuste weerspiegelingen van de majesteit en milddadigheid van God. Voor de bahá'ís volgt hieruit onvoorwaardelijk, dat de natuur gerespekteerd en beschermd moet worden als een door God toevertrouwd pand, waarvoor wij verantwoordelijk zijn.

Een dergelijk standpunt is uiteraard niet uniek voor het bahá'í-geloof. Alle grote wereldreligies leggen deze fundamentele verbinding tussen de Schepper en Zijn schepping. Hoe zou het ook anders kunnen? Alle grote onafhankelijke religies zijn gebaseerd op Openbaringen van één God - een God die Zijn Boodschappers achtereenvolgens naar de aarde heeft gezonden, opdat de mensheid onderwezen zou worden over zijn wegen en zijn wil. Dat is de kern van het bahá'í-geloof.
Als de meest recente van Gods Openbaringen zijn de bahá'í-leringen evenwel speciaal van toepassing op de huidige omstandigheden, nu de hele natuur bedreigd wordt door de door de mens veroorzaakte gevaren, die zich uitstrekken van het op grote schaal verwoesten van regenwouden tot de uiteindelijke nachtmerrie van de nucleaire vernietiging.

Honderd jaar geleden verkondigde Bahá'u'lláh , dat de mensheid een nieuw tijdperk is
binnengegaan. Dit nieuwe tijdperk was beloofd door alle goddelijke Boodschappers uit het verleden en zal de mensheid uiteindelijk vrede en verlichting brengen. Om dat punt te bereiken moet de mensheid echter eerst haar fundamentele eenheid erkennen - en eveneens de eenheid van God en de eenheid van religie. Zolang dit één-zijn en deze onderlinge afhankelijkheid niet algemeen erkend worden, zullen de problemen van de mensheid alleen maar verergeren.

"Het welzijn der mensheid, haar vrede en veiligheid zijn onbereikbaar, tenzij haar eenheid blijvend tot stand is gebracht," schreef Bahá'u'lláh.

"De aarde is slechts één land, waarvan alle mensen de burgers zijn."

De voornaamste kwesties, waarmee de milieubeweging nu geconfronteerd wordt, draaien om dit punt. De problemen van de vervuiling van de oceanen, het uitsterven van soorten, de zure regen en de ontbossing - om maar niet de uiterste gesel van de nucleaire oorlog te noemen - kennen geen grenzen. Alle moeten door alle landen gezamenlijk aangepakt worden. Terwijl alle religieuze tradities wijzen op een vorm van samenwerking en harmonie, die zeker nodig is om deze dreigingen te beteugelen, bevatten de religieuze geschriften van het bahá'í-geloof bovendien uitdrukkelijke voorschriften voor die vorm van nieuwe wereldpolitieke orde, die voor dergelijke problemen de enige oplossing op lange termijn biedt.

Bahá'u'lláh heeft geschreven:
"Wat de Heer heeft voorgeschreven als de voortreffelijkste remedie en het machtigste werktuig tot genezing van de gehele wereld is de vereniging van alle volkeren in een universele zaak..."

Zo'n nieuwe politieke orde - opgebouwd naar het idee van een wereldgemenebest van naties, met een internationaal parlement en een uitvoerende macht om diens wil uit te voeren - moet volgens de bahá'í-leringen eveneens gegrondvest zijn op principes van economische rechtvaardigheid, gelijkwaardigheid tussen de rassen, gelijke rechten voor vrouwen en mannen en een universeel onderwijsstelsel.

Al deze punten dragen regelrecht bij tot iedere poging om het milieu in de wereld te beschermen. De kwestie van economische rechtvaardigheid is een voorbeeld. In vele delen van de wereld wordt de aanval op de regenwouden en bedreigde soorten veroorzaakt door armen die, terecht naar een eerlijk deel van de rijkdommen der wereld zoekend, bomen rooien om akkers te verkrijgen. Ze zijn zich er niet van bewust, dat ze op de lange duur en als leden van een wereldgemeenschap, waarover ze weinig weten, de kansen op een beter leven voor hun kinderen misschien eerder onherstelbaar beschadigen dan verbeteren. Iedere poging om de natuur te beschermen moet daarom ook gericht zijn op de fundamentele ongelijkheden tussen de rijken en armen der wereld.
Evenzo kan het verheffen van de vrouw tot volle gelijkwaardigheid met de man de milieu-zaak dienen, door een nieuwe geest van vrouwelijke waarden in te brengen in de besluitvorming over natuurlijke bronnen.

De geschriften van het Bahá'í-geloof geven aan: "... de man overheerste de vrouw door krachtiger en strijdlustiger eigenschappen van lichaam en geest. Maar de weegschaal begint reeds over te hellen, de kracht is niet meer doorslaggevend, terwijl een levendige geest, intuïtie en de geestelijke eigenschappen van liefde en dienstwilligheid welke haar sterke zijde zijn, de overhand krijgen. Hierdoor zal het nieuwe tijdperk minder mannelijk zijn en meer doortrokken van vrouwelijke idealen..."

De opvoeding en speciaal een opvoeding die de bahá'í-principes van de onderlinge afhankelijkheid der mensen benadrukt, is nog een voorwaarde voor het opbouwen van een wereldomvattend milieubewustzijn. De bahá'í-principes van eenheid en onderlinge afhankelijkheid hebben speciaal betrekking op milieu-kwesties.

Nog een aanhaling uit de heilige bahá'í-teksten:
"Met de natuur worden die inherente eigenschappen en noodzakelijke relaties bedoeld, die afgeleid zijn van de werkelijkheid der dingen. En deze werkelijkheden zijn, hoe uiterlijk verschillend ook, toch nauw met elkaar verbonden... Vergelijk de wereld van het bestaan met de menselijke tempel. Alle organen van het menselijk lichaam ondersteunen elkaar, daarom gaat het leven verder... Evenzo bestaan er tussen de delen van het bestaan een wonderlijke band en een uitwisseling van krachten, hetgeen de oorzaak van het leven in de wereld en van het voortbestaan van deze talloze verschijnselen is".

Juist het feit dat dergelijke principes door het gezag van religie moeten ontstaan en niet alleen van menselijke oorsprong moeten zijn, is ook een aspekt van de totale oplossing van onze milieuproblemen. De beweegreden achter de Assisi verklaringen met betrekking tot de natuur is een getuigenis van deze gedachte.

Waarschijnlijk is er geen machtiger stuwkracht voor maatschappelijke verandering dan religie. Bahá'u'lláh heeft gezegd: "Religie is het voornaamste middel om orde in de wereld te vestigen en voor het vredige geluk van allen die daar wonen." Als getracht wordt een nieuwe ekologische ethiek te ontwikkelen, kunnen de leringen van alle religieuze tradities een rol te spelen om te helpen hun volgelingen te inspireren.

Bahá'u'lláh heeft bijvoorbeeld duidelijk de noodzaak aangegeven om de dieren te beschermen. "Zie slechts naar de schepselen Gods met het oog van genegenheid en erbarmen, want van Onze liefdevolle voorzienigheid is al het geschapene doortrokken en Onze genade heeft de hemel en aarde omsloten."

Hijzelf toonde een intense liefde en waardering voor de natuur en bevorderde zo de band tussen het milieu en de geestelijke wereld in de bahá'í-theologie.

"Het land is de wereld van de ziel, de stad is de wereld van het lichaam," aldus Bahá'u'lláh.

De tweedeling van spiritualiteit en materialisme is een sleutel om de toestand van de hedendaagse mensheid te begrijpen. Uit bahá'í-oogpunt zijn de voornaamste bedreigingen van het milieu van onze wereld, zoals die van de nucleaire vernietiging, de tekenen van een wereld-omvattende ziekte van de menselijke geest, een ziekte die gekenmerkt wordt door een te grote nadruk op het materiële en een egocentrisme dat ons vermogen remt om als wereld-omvattende gemeenschap samen te werken. Het bahá'í-geloof tracht voor alles de menselijke geest nieuw leven te geven en de barrières af te breken, die een vruchtbare en harmonieuze samenwerking onder mannen en vrouwen van welke nationaliteit, ras of religieuze achtergrond dan ook, in de weg staan.

Voor de bahá'ís is het doel van het bestaan een immer voortschrijdende beschaving uit te dragen. Zo'n beschaving kan alleen maar opgebouwd worden op een aarde die zichzelf staande kan houden. De bahá'í-betrokkenheid bij het milieu is van wezenlijk belang in ons geloof.
Bahá'í International Community, Office of Public Information.

Toelichting
In september 1986 lanceerde het Wereld Natuur Fonds zijn Netwerk voor Natuurbehoud en Religie, waarbij het religieuze leiders, die het Boeddhisme, Christendom, Hindoeïsme, Jodendom en de Islam vertegenwoordigden, bij elkaar bracht in Assisi, Italië, samen met leiders in milieuzaken.

Elk der vijf daar vertegenwoordigde religies gaf een verklaring uit met betrekking tot de natuur. Het Bahá'í-geloof werd met ingang van oktober 1987 de zesde grote religie, die zich aansloot bij deze nieuwe alliantie en gaf bovenstaande verklaring uit ter ondersteuning van de doelstellingen van het Netwerk.

 
Wij gebruiken cookies voor onze interne statistieken.