Gemeenschap Compilatie jeugd & jongeren


Uit de Bahá'í Gebeden:

O Heer! Laat deze jonge mens stralen en geef dit behoeftige schepsel Uw milddadigheid. Schenk hem kennis, doe zijn krachten toenemen bij het aanbreken van iedere nieuwe dag, neem hem in bescherming en waak over hem, zodat hij verlost moge worden van dwaling, zich moge wijden aan de dienstbaarheid in Uw Zaak, de weerspannigen tot gids moge zijn, de ongelukkigen leiden, de gevangenen bevrijden en de achtelozen wekken, opdat allen de zegen van het U loven en gedenken mogen ervaren. Gij zijt de Machtige en de Krachtige.

'Abdu'l-Bahá


Uit de compilatie Gebed en Meditatie:

Het probleem waarvoor u zich geplaatst ziet is er een dat vele hedendaagse jongeren aangaat en waar zij helemaal geen weg mee weten. Op welke wijze vergeestelijking bereikt kan worden, is inderdaad een vraag waarop iedere jonge man en vrouw vroeger of later een bevredigend antwoord moet trachten te vinden. Juist omdat er geen bevredigend antwoord gegeven is of ge-vonden kan worden, voelt de moderne jeugd zich in verwarring gebracht en wordt zij bijgevolg meegesleept door de materialistische krachten die zo ernstig de funderingen van het morele en geestelijke leven van de mens ondermijnen.

De hoofdoorzaak van het nu woekerende kwaad in de samenleving is werkelijk het gebrek aan vergeestelijking. De materialistische beschaving van onze tijd heeft zoveel energie en interesse aan de mensheid onttrokken, dat de mensen in het algemeen niet langer de noodzaak voelen zich te verheffen boven de krachten en omstandigheden van hun dagelijkse materiële bestaan. Er is onvoldoende vraag naar datgene wat wij geestelijk zouden noemen om deze te onderscheiden van de behoeften en vereisten van ons fysieke bestaan. De wereldcrisis die de mensheid teistert heeft daarom een essentieel geestelijke oorzaak. De geest van de tijd is over het algemeen a-religieus.

's Mensen kijk op het leven is te grof en materiaalistisch om hem in staat te stellen zichzelf te verheffen tot de hogere rijken van de geest.

Het is deze zo bedroevend ziekelijke toestand, waarin de samenleving is gezonken, die de religie tracht te verbeteren en te hervormen. Want de kern van religieus geloof is dat mysieke gevoel dat de mens met God verbindt. Deze staat van geestlijke verbinding kan tot stand komen en gehandhaafd worden door middel van meditatie en gebed. En om deze reden benadrukt Bahá'u'lláh zo sterk het belang van aanbidding. Een gelovige kan niet enkel volstaan met het aanvaarden en in acht nemen van de leringen. Hij moet bovendien het ge-voel van vergeestelijking aankweken en dit kan hij hoofdzakelijk bereiken door middel van gebed. Het Bahá'í Geloof is, net als alle andere goddelijke religies, fundamenteel mystiek van aard. Het voornaamste doel ervan is de ontwikkeling van het individu en de samenleving door het verwerven van geestelijke deugden en vermogens. De ziel van de mens moet eerst worden ge-voed. Een gebed kan het beste in dit geestelijk voedsel voorzien. Wetten en instellingen kunnen, zoals gezien door Bahá'u'lláh, alleen werkelijk effectief worden, wanneer ons innerlijk geestelijk leven wordt vervolmaakt en omgevormd. Anders zal religie ontaarden in niets anders dan een organisatie en een dood ding worden.

De gelovigen, en speciaal de jongeren, moeten zich daarom volledig de nood-zaak van gebed realiseren. Want gebed is volkomen onmisbaar voor hun innerlijke geestelijke ontplooiing en dit is, zoals reeds gezegd de ware basis en het doel van de religie van God.


Uit The Advent of Divine Justice, pp. 29-30:

Wat een kuise en godvruchtige levenswijze betreft, die moet gezien worden als een niet minder wezenlijke factor die zijn eigen deel moet bijdragen aan de versterking en bezieling van de Bahá'í gemeenschap, waarvan op haar beurt het succes van ieder Bahá'í plan of iedere Bahá'í onderneming moet afhangen. In deze tijd, waarin de krachten van ongodsdienstigheid het morele karakter verzwakken, en het fundament van persoonlijke zedelijkheid ondermijnen, moet de verplichting tot kuisheid en godsvrucht de toenemende aandacht van de Amerikaanse gelovigen opeisen, zowel in hun persoonlijke hoedanigheid als in die van de verantwoordelijke beheerders van de belangen van het Geloof van Bahá'u'lláh. Bij het voldoen aan zo'n verplichting, waaraan de bijzondere omstandigheden, als gevolg van een buitensporig en futloos makend materialisme dat nu in hun land heerst, een speciale betekenis verlenen, moeten zij een opvallende en invloedrijke rol spelen. Allen, man en vrouw, moeten op dit dreigende uur waarop de lichten van religie aan het uitdoven zijn, en haar beperkingen één voor één afgeschaft worden, een ogenblik tijd nemen om hun gedrag aan een nauwkeurig onderzoek te onderwerpen, en met karakteristieke vastberadenheid opstaan om het leven van hun gemeenschap te zuiveren van ieder spoor van morele laksheid die de naam van zo'n heilig en kostbaar Geloof zou kunnen bezoedelen, of de onkreukbaarheid ervan zou kunnen schaden.

Een kuise en godvruchtige levenswijze moet het leidende principe worden in het gedrag en de houding van alle Bahá'ís, zowel in hun sociale betrekkingen met de leden van hun eigen gemeenschap als in hun contacten met de wereld daarbuiten. Deze levenswijze moet het ononderbroken werken en de verdienstelijke inspanningen sieren en versterken van hen die in de benijdenswaardige omstandigheid verkeren de Boodschap te verspreiden en de aangelegenheden van het Geloof van Bahá'u'lláh te besturen. Zij moet in haar absolute onkreukbaarheid en in alles wat ze in zich sluit in iedere fase van het leven van hen die de gelederen van dat Geloof vormen, hooggehouden worden, zowel thuis als op hun reizen, in hun clubs, hun verenigingen, hun amusement, en op hun scholen en universiteiten. Er moet speciale aandacht aan worden geschonken bij het leiden van sociale activiteiten op iedere Bahá'í zomerschool en bij alle andere gelegenheden waarbij het Bahá'í gemeenschapsleven georganiseerd en verzorgd wordt. Ze moet voortdurend nauw vereenzelvigd worden met de opdracht van de Bahá'í Jongeren, als een element in het leven van de Bahá'í gemeenschap, en als een faktor in de toekomstige vooruitgang en de oriëntering van de jongeren in hun eigen land.

Deze kuise en godvruchtige levenswijze die bescheidenheid, reinheid, gematigdheid, welvoeglijkheid en zuiver denken inhoudt, betekent niet minder dan het toepassen van gematigdheid in al datgene, wat betrekking heeft op kleding, taal, amusement en artistieke en literaire werkzaamheden. Zij vraagt om dagelijkse waakzaamheid ten aanzien van de beheersing van zinnelijke begeerten en verdorven neigingen. Zij roept op afstand te doen van lichtzinnig gedrag, op buitensporige wijze gepaard gaand met onbeduidende en dikwijls verkeerd gerichte genoegens. Zij vereist volledige onthouding van alle alcoholische dranken, van opium en soortgelijke verslavende middelen. Zij veroordeelt de ontering van kunst en literatuur, de praktijken van naaktlopen en van het vrije huwelijk, ontrouw in het huwelijk en iedere vorm van vrij geslachtelijk verkeer, van al te gemakkelijke omgangsvormen en van sexuele losbandigheid. Zij staat geen compromis toe met de theorieën, de normen, de gewoonten en de uitspattingen van een in verval zijnd tijdperk; wat meer is, zij tracht door de dynamische kracht van haar voorbeeld het verderfelijke karakter van zulke theorieën, de onjuistheid van zulke normen, de voosheid van zulke aanspraken, de verdorvenheid van zulke gewoonten en het heiligschennende karakter van zulke buitensporigheden aan te tonen.


Uit een brief van 19 september 1946, namens Shoghi Effendi geschreven aan de Jeugdafdeling van de Louhelen School, Verenigde Staten:

Hij vindt dat met name de jeugd er voortdurend vastberaden naar moet streven als voorbeeld te dienen van het Bahá’í leven. In de wereld om ons heen zien we moreel verval, vrij sexueel verkeer, onwelvoeglijkheid, vulgariteit en slechte manieren - de Bahá’í jongeren moeten daarvan juist het tegengestelde zijn en door hun kuisheid, rechtschapenheid, welvoeglijkheid, bedachtzaamheid en goede manieren anderen, jong en oud, aantrekken tot het Geloof. De wereld heeft genoeg van woorden, zij wenst een voorbeeld, en het is aan de Bahá’í jeugd dat te geven.


Uit Passages uit geschreven namens Shoghi Effendi:

De Behoeder heeft grote waardering voor de liederen die u zo prachtig componeert. Ze behelzen beslist de werkelijkheid van het Geloof en zullen u zeker helpen de jongeren de Boodschap te brengen. Het is de muziek die ons helpt de menselijke geest te beïnvloeden; het is een belangrijk middel dat ons helpt met de ziel te communiceren. De Behoeder hoopt dat u met behulp hiervan de mensen de Boodschap zult brengen en hun hart zult aantrekken.

 

 

 
Wij gebruiken cookies voor onze interne statistieken.