Introductie Een levenswijze


Bahá'u'lláh leert dat ieder mens 'een mijn, rijk aan edelstenen' is, die echter pas door de juiste opvoeding aan het licht kunnen komen.

Het doel van ons bestaan is om onze rijkdom aan capaciteiten te ontwikkelen, zowel voor ons eigen leven als in dienst van de mensheid.

Het bestaan in deze wereld is, zoals Bahá'u'lláh uitlegt, als het leven van een kind in de moederschoot: de morele, intellectuele en geestelijke krachten die een mens hier op aarde met Gods hulp ontwikkelt, zijn de 'ledematen' en de 'organen' die de ziel nodig heeft om zich in de werelden hierna verder te ontwikkelen.

De levenswijze die bahá'ís nastreven is er daarom een die persoonlijke ontwikkeling aanmoedigt. Dagelijks gebed, lezen en overdenken van de geschriften doen de ziel ontwikkelen, bevrijden haar van vastgeroeste patronen en maken haar toegankelijk voor nieuwe mogelijkheden.
Door in projecten met mensen van verschillende achtergronden samen te werken worden traditionele vooroordelen tenietgedaan.

Het gebruik van alcohol en drugs, behalve op medisch voorschrift, wordt vermeden omdat deze stoffen de geest schaden. Dat laatste geldt ook voor de gewoonte van het roddelen, die het vertrouwen tussen de mensen schaadt en de geest van eenheid, waarvan de vooruitgang van de mens afhankelijk is, ondermijnt.

In de Geschriften van Bahá'u'lláh wordt grote waarde gehecht aan het gezin als hoeksteen van de samenleving. Het gewijde karakter van het huwelijk, het erkennen van de gelijkwaardigheid van man en vrouw en de toepassing van consultatie worden speciaal benadrukt.

 
ruhiclass1.jpg
Wij gebruiken cookies voor onze interne statistieken.