Het begrip religie is moeilijk, zo niet onmogelijk te definiëren. Er bestaan vele tientallen definities, maar geen enkele definitie wordt algemeen aanvaard. Iedereen heeft wel een idee van wat met religie, godsdienst of geloof bedoeld wordt.

Relatie met God
Het Bahá'í-geloof kent geen priesters of andere voorgangers. De gelovigen zeggen dagelijks een verplicht gebed en lezen in de Bahá'í Geschriften. Bahá'ís mogen ook in de Geschriften lezen van andere godsdiensten. Hierin onderscheidt het Bahá'í-geloof zich van de meeste wereldgodsdiensten.

De mensheid treedt het stadium van volwassenheid binnen, wat betekent dat iedere gelovige zelf verantwoordelijk is voor zijn relatie met God en niet langer onderworpen is aan de tussenkomst van priesters of voorgangers. Dit daardoor helemaal bij de inzichten van de moderne mens. Je zou kunnen stellen dat het veel meer is dan een religie; het geeft de mens respect en verantwoordelijkheid, welke juist in de meeste religies ontbreken en waardoor vele mensen hun oorspronkelijke religie (hebben) verlaten.

Erediensten
Het Bahá'í-geloof kent geen erediensten. Iedere 19 dagen (= bahá'í-maand) is er een 19-daags feest, waar bahá'ís samenkomen om te bidden, te consulteren en bij elkaar te zijn in een feestelijke stemming. Natuurlijk komen bahá'ís ook bijeen op voor hen bijzondere dagen en heilige dagen. Voor deze bijeenkomsten geldt geen vaste procedure, eredienst of ritueel.

Eenheid
Wanneer er in het Bahá'í-geloof wordt gesproken over eenheid, dan wordt daarmee altijd de eenheid der gehele mensheid mee bedoeld, alle mensen, dus ook niet-bahá'ís. In de meeste godsdiensten wordt met eenheid alleen de eigen exclusieve groep bedoeld, bv. eenheid der christenen.

Principes
- Eenheid van godsdienst
- Eenheid der mensheid
- Voortschrijdende Openbaring
- Religie en wetenschap moeten overeenstemmen
- eigen visie op de Heilige geest
- Zelfstandig onderzoek naar de waarheid
- Geen vooroordelen
- Gelijkwaardigheid man en vrouw
- Consultatie als beraadslaging
- Bahá'í gebeden
- eigen visie op het Leven na de dood
- Wereldhulptaal
- Wereldbestuursstelsel

Geschriften
Alle Geschriften van de Manifestaties van God, de Báb en Bahá'u'lláh, zijn door Hen zelf opgetekend of gedicteerd en meteen opgeschreven. Dit geldt ook voor de Geschriften van ´Abdul-Bahá en Shogi Effendi, resp. zoon en achterkleinzoon van Bahá'u'lláh en Behoeders van het Bahá'í-geloof. Bahá'í Geschriften zijn daardoor authentiek.

Opvolging
Bahá'u'lláh, de Stichter van het Bahá'í-geloof, heeft in Zijn testament persoonlijk Zijn zoon 'Abdu'l-Bahá als Zijn opvolger benoemd. Deze heeft op zijn beurt weer zijn kleinzoon Shoghi Effendi Rabbani als Zijn opvolger en Behoeder van het Geloof in zijn testament benoemd. Deze had zelf geen kinderen waarna in 1962 volgens de richtlijnen van het Bahá'í-geloof het eerste Universele Huis van Gerechtigheid als hoogste instituut werd gekozen. Sedertdien wordt het Universele Huis van Gerechtigheid iedere 5 jaar opnieuw gekozen. Hierdoor werd de opvolging binnen het Geloof veilig gesteld.

Gelovigen
De volgelingen van het Bahá'í-geloof zijn gewone mensen uit alle lagen van de bevolking met al hun fouten en gebreken, net als die van andere godsdiensten. Ook hier geldt dat wanneer iemand toetreedt hij niet meteen perfect is, maar aan zijn moeizame geestelijke reis begint om met vallen en opstaan de Wil van God te doen voor zover hij daartoe in staat is. Bahá'ís zijn dus niet beter dan volgelingen van een andere Profeet, maar ze hebben wèl toegang tot andere kennis van God en het Nieuwe Tijdperk, en dat maakt wel degelijk onderscheid.

... wat Bahá'u'lláh een "nieuw Verbond" tussen God en de mens noemde. Het onderscheidende kenmerk van de volwassenwording van de mensheid is dat alle mensen voor het eerst in de geschiedenis, bewust -hoe vaag ook- te maken hebben met het besef dat de mensheid één is en de aarde één enkel vaderland. Deze bewustwording opent de weg naar een nieuwe verhouding tussen God en de mensheid. Als de volkeren der wereld het geestelijke gezag aanvaarden dat inherent verbonden is met de leiding van Gods Openbaring voor dit tijdperk, zo sprak Bahá'u'lláh, dan zullen zij in zichzelf een morele krachtbron ontdekken waarvan is gebleken dat menselijke inspanning alleen die niet kan voortbrengen. Als gevolg van deze verhouding zal er "een nieuw mensenras" tevoorschijn komen en zal het bouwen aan een wereldbeschaving beginnen.
(Internationale Baha'i-Gemeenschap, Baha'u'llah)

- Auteur Kees P., 2004

 

FacebookMySpaceTwitterGoogle BookmarksLinkedin

Laatst aangepast (donderdag 25 november 2010 19:57)

 
Wij gebruiken cookies voor onze interne statistieken.